Zowel Club als Anderlecht voelden zich zondagnamiddag verliezer van de topper. Voor de thuisploeg was dat onterecht.
Jaar na jaar heeft Club Brugge het moeilijk om een topper naar zijn hand te zetten. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat zoiets ook zondag het geval was. Club mocht (en was) op het einde tevreden zijn met de puntendeling, ook al begon de wedstrijd met een droomscenario: een doelpunt van Wesley Sonck na vier minuten. Een goal die de defensie van Anderlecht zichzelf vol mag aanrekenen, want ze beging bij die fase twee grote fouten: eerst dekte Marcin Wasilewski veel te kort op Ronald Vargas, verrassend op links begonnen, zodat die door makkelijk weg te draaien, plots een pak meters ruimte kreeg. Tweede fout: het slecht wegwerken van de voorzet door Arnold Kruiswijk, die dezelfde fout in de slotfase nog eens zou maken. De tweede keer werd het schot van Joseph Akpala nog afgeblokt. maar de eerste fout werd door Wesley Sonck afgestraft.
Provocatie
Club Brugge kon van de aarzelingen bij paars-wit voor de rust niet profiteren. Er ontbreekt nog wat aan de ploeg om er een échte leider van te maken. Ervaring, vond Jacky Mathijssen, die veel foute keuzes in passing en omschakeling zag. Voor jongens als De Mets, Alcaraz, Vargas, Dirar en Akpala - een halve ploeg - was het hun eerste topper tegen Anderlecht. Net als vorig seizoen, toen Club thuis een cruciale topper tegen Standard verloor (1-2), zag de Brugse coach dan ook perspectieven voor de toekomst. "De juiste oplossingen om dit soort voorsprong in een veilige haven te loodsen, vinden we wel over een paar maanden."
Het kan, maar voorlopig is die kwaliteit er nog onvoldoende. Het viel op dat net die debutanten gaandeweg door de mand vielen en de ervaren mannen het niet konden compenseren. Akpala vond geen gaatje (en kreeg ook de juiste steekpasses niet om hem vrij voor doel te brengen). Vargas was op die ene actie na, die de Brugse goal inleidde, zo goed als onzichtbaar. De Mets had geluk dat zijn mistasten na de rust niet tot de tweede tegentreffer leidde, werd in zijn hoek vaak in de problemen gebracht en durfde offensief bij tien tegen elf te weinig meevoetballen, toen zijn trainer tevergeefs vroeg om Anderlecht met flankenspel uit verband te spelen.
Op dat moment viel ook op hoe weinig lucide Alcaraz, na de rode kaart van Frutos zonder rechtstreekse tegenstander, omsprong met de ruimte en het balbezit. Te moe om nog te denken? De enige die een goeie voldoende kreeg voor zijn eerste topper was Nabil Dirar, die voor de rust vaak de verbinding vormde tussen verdediging en aanval en steevast de 'counter' op gang trok. Maar ook hij deemsterde nadien weg.
Uiteindelijk mag Club blij zijn met het gelijkspel. Anderlecht kreeg veruit de meeste kansen, maar miste ze en schoot zichzelf in de slotfase in de voet. Frutos was voor zijn twee gele kaarten kwaad op de ref, maar liep anderzijds wel weer voortdurend te mekkeren. Met reputatie had dat minder van doen dan met feiten.