Nadat hij zich al geruime tijd uit de buitenwereld had teruggetrokken, stierf Fons Bastijns vorige zaterdag aan de gevolgen van de spierziekte ALS. Hij werd 61 jaar.
Een klager is Fons Bastijns in zijn carrière nooit geweest. Hij was sober op en naast het veld. Plichtbewustheid liep als een rode draad door een carrière die werd bepaald door toevalligheden. De uit het Kempense Meer afkomstige Bastijns voetbalde als aanvaller voor Racing White, dat op het einde van het seizoen 1966/67 zijn contract niet wilde verlengen. Hij werd door de toenmalige trainer van de Brusselaars, Norberto Höfling, naar Club Brugge meegetroond.
Fons Bastijns had het aanvankelijk moeilijk bij Club Brugge. Tot zijn carrière pas helemaal een onverwachte wending kreeg: na de tragische zelfmoord van de Engelse rechtsachter Brian Hill kwam hij op die positie terecht. Hij bleef er veertien seizoenen staan en maakte onder Ernst Happel de meest memorabele periode mee uit de geschiedenis van Club Brugge. In totaal won Bastijns vijf titels, drie bekers en speelde hij twee Europese finales.
Verdedigen met verstand
Fons Bastijns, die nimmer aan zelfoverschatting leed, was een toonbeeld van regelmaat en efficiency. Hij hoorde nooit bij de uitblinkers, maar speelde ook nooit een slechte wedstrijd. Anticipatie was het sterkste wapen van Bastijns: op intuïtie koos hij het juiste moment om een duel aan te gaan. Omdat hij verdedigde met verstand raakte Bastijns nooit geblesseerd. Pas na zijn carrière constateerde de Kempenaar dat hij wellicht iets had gemist om hogerop te raken: agressiviteit. Al zou dat hebben gebotst met zijn zachtaardige karakter.
Onder Ernst Happel beleefde Bastijns, die drie A-interlands speelde en werd geremd door Gille Van Binst en vooral Erik Gerets, zijn topperiode. Clubs suprematie ten spijt was het voor hem niet gemakkelijk voetballen. Omdat blauw-zwart altijd op de helft van de tegenstander opereerde, moest hij bij balverlies nogal wat terrein afleggen om weer achteraan te raken. Dat kostte verschrikkelijk veel kracht. Bastijns, die inmiddels aanvoerder was geworden, sakkerde er niet over. Hij voelde zich goed binnen de familiale verbondenheid van Club, waarvoor hij 374 competitiematchen en 50 Europa-cupwedstrijden speelde. Hij genoot van de enorme wil en de grote mentale kracht waarmee iedereen naar hetzelfde doel toe werkte.
Geen sentiment
Fons Bastijns was intelligent en sociaal. Hij beschikte over een meer dan behoorlijke techniek, was snel, speelde goed een bal in en probeerde met finesse te voetballen. Maar als het moest, kon hij ook bikkelen. Eigenlijk voelde Bastijns zich geremd omdat hij als flankverdediger maar één kant uit kon. Zijn voorkeur ging uit naar het middenveld, maar persoonlijke overwegingen telden voor hem nooit. Bastijns verliet Club Brugge op zijn 34ste. Hij bouwde zijn carrière af in de anonimiteit van het Franse Duinkerke en stampte na een mislukt avonuur als manager van KV Mechelen een goed draaiend verzekeringskantoor uit de grond. Vanaf dat moment wist de boerenzoon dat er voor hem een nieuw leven begon. Sentiment was niet aan Fons Bastijns besteed.
Een zwart gat is er voor Fons Bastijns na zijn carrière nooit geweest. Hij had zich maatschappelijk gesetteld en sleet een rustig leven. Fons Bastijns had een andere levensopgave gevonden. Hij engageerde zich helemaal voor zijn job. Tot de fatale ziekte toesloeg.